De koran is vanaf zijn ontstaan onveranderd, zeggen de verkondigers van Islam. Naoufel, Youtuber, zegt zelfs dat er een keten is van elke moslimjongen die vandaag de dag de koran kan citeren, helemaal terug naar Jibril; de boodschapper die Mohammed instrueerde. Laten we kijken wat de bronnen van de Islam zelf daarover zeggen. Let op; in dit blog worden alleen islambronnen gebruikt. Ben je Moslim: je eigen teksten die je of niet kent of liever niet openbaar maakt. Daar gaan we.
Rechtstreeks uit de hemel
Er zijn religieuze boeken die zich presenteren alsof ze
altijd al in perfecte staat hebben bestaan, alsof ze rechtstreeks uit de hemel
zijn gevallen. In dit geval spreken we over de openbaring van Jibril. Van hem komt de Koran. Een tekst die, volgens de
islamitische traditie, begon met een man die in een grot zat, een stem hoorde. De man was Mohammed en aangezien Jibril nogal hardhandig zijn zin doordreef, was Mohammed ternauwernood ontsnapt aan de dood na zijn eerste kennismaking met Jibril.
De afdruk van een bijna wurging nog in zijn keel, raakte hij in paniek raakte, rende naar huis en verstopte zich onder een deken bij zijn vrouw. Hij dacht dat
hij misschien gek was geworden¹. Het is niet de meest verheven start voor een
wereldreligie, maar ja, we moeten de bronnen serieus nemen.
Vreemd genoeg gaf Jibril hem het dwingende bevel 'lees'. een opdracht die enigszins ironisch is, aangezien Mohammed niet kon lezen.
In Ṣaḥīḥ al‑Bukhārī staat dat hij vreesde dat hij bezeten was, en dat hij soms overwoog zichzelf van een berg te werpen³. Elke christen zal zijn wenkbrauwen optrekken. In onze boeken zien we dat boodschappers van God niet dwingen, geen geweld gebruiken, maar juist geruststellen en bemoedigen. Dat Mohammed vreesde bezeten te zijn, dat snappen we. Zijn ontmoeting lijkt meer op een aanvaring met de tegenstander van God.
Dat laatste is een interpretatie. We gaan weer verder met de boeken van de Islam.
Korte video met wat Koranteksten die elkaar tegenspreken.
Onveranderlijke teksten
Werd het beter na Mohammeds dood in 632 nChr? Nee, integendeel. Tijdens de slag bij Yamāma sneuvelden veel van de memorizers (ḥuffāẓ) van de openbaring. Dat leidde tot de begrijpelijke zorg dat de openbaring misschien iets té afhankelijk was van menselijke maat en de nare gewoonte van overlijden. Umar drong er bij Abū Bakr op aan om de openbaringen te verzamelen voordat ze samen met hun dragers het graf in verdwenen⁵. Dat was een slim plan.
Abū Bakr gaf de taak aan Zayd ibn Thābit,
die eiste dat elke passage door
twee onafhankelijke getuigen bevestigd werd. Het resultaat was een vroege codex
die vervolgens bij Abū Bakr, daarna bij Umar,
en uiteindelijk bij diens dochter Ḥafṣa
werd bewaard. Eind goed al goed. De rechtstreekse lijn gaat dan misschien niet terug tot Mohammed, maar wel bijna. Toch?
Weer niet
Bij moslims lopen discussie vaak niet via het kruisen van de intellectuele degens, maar het kruisen van de werkelijke degens of andere wapens die maar voorhanden zijn. Domweg hard ingrijpen met geweld, dus, om tot een eenduidig standpunt te komen. Ook hier. Waarheid is immers minder belangrijk dan overmacht.
De derde kalief, Uthmān, besloot dat uniformiteit wel wat vuur kon gebruiken. Hij liet een commissie onder leiding van dezelfde Zayd ibn Thābit een standaardversie maken en stuurde kopieën naar de grote steden. Andere versies werden verbrand. Dat maakte de eerste verbranding van de Koran een intern islamitisch onderonsje⁶.
Helaas, nog steeds niet
De geit met honger
Het gaat niet lukken
Nee, vandaag de dag zijn er verschillende versies van de Koran. Daar valt ook een blog over te schrijven, maar hier slechts een overzicht.
Er zijn canonieke recitatiestijlen die verschillen in uitspraak, ritme en soms woordkeuze. De twee meest gebruikte zijn: Ḥafṣ ʿan ʿĀṣim en Warsh ʿan Nāfi'.
Tijd voor paniek
Althans, voor een christen geldt dat. Liegen hoort bij satan, niet bij God. Voor een moslim ligt dat anders. Dan heet het Taquiyya en dan mag het. Daar zou je toch ook eens goed over na moeten denken.
Noten
1. Ṣaḥīḥ al‑Bukhārī, Boek 1, nr. 3.
2. Ibn Hishām, *Sīra*, hoofdstuk over de eerste
openbaring.
3. Bukhārī, Boek 1, nr. 3 (passage over
klifsprongen).
4. Ṣaḥīḥ al‑Bukhārī, Boek 66 (Faḍāʾil al‑Qurʾān).
5. Bukhārī 4986.
6. Bukhārī 4987; Ibn Abī Dāwūd, *Kitāb al‑Maṣāḥif*.
Reacties
Een reactie posten